Quick link to menu (Bottom of page)

Java Who? Template created by www.r7designer.com

Met de rug tegen de Muur

Muurplanteninventarisatie van de Diepen Ring

Een onderzoek naar het voorkomen van muurplanten in het centrum van de stad Groningen in 1998

Werkgroep Stadsinventarisatie Groningen

Plantenwerkgroep KNNV Groningen

Andre Hospers en Ben van Zanten worden door Arjen 't Hoff door de grachten geloosd, op weg naar de grootste Tongvaren van Groningen  foto Bep de Haas.

 

 


Muurplanteninventarisatie van de Diepen Ring

Zo ziet de Noorderhaven er nu uit, en dit is een van de plekken met de beste muurvegetatieIndex

Samenvatting

Inleiding

Onderzoeksgebied

Wat is muurvegetatie ?

Methode

Soortbeschrijvingen

Tongvaren (Asplenium scolopendrium)

Steenbreekvaren (Asplenieum trichomanes)

Vijg (Ficus carica)

Gele helmbloem (Pseudofumaria lutea)

Muurvaren (Asplenium ruta-muraria)

Muurleeuwebek (Cymbalria muralis)

 

 

 

Tijdens de OOG TV opname bekijken Ben van Zanten en Heddy de Keijzer de Vijg, die net op uitlopen staat (30 maart 1999, foto Bep de Haas)

 

Colofon

Redactie :

Andre Hospers

 

Waarnemers

Jenny Hendriks

Willem Stouthamer

Roel Douwes

Edwin Dijkhuis

Roland Jalving

Andre Hospers, Edwin Dijkhuis, Roland Jalving e.a. ‘Met de rug tegen de muur, Muurinventarisatie van de Diepen Ring’, 1999, Gemeente Groningen

Trefwoorden : Muurplanten, Muurvegetatie, Urbaan district, Binnenstad, Groen, Groningen, Diepenring, Tongvaren, Vijg, Planteninventarisatie, Grachtengordel, Natuur in de Stad

Links


Samenvatting

In dit rapport wordt een overzicht gegeven van de muurvegetatie die in de stad Groningen op de diepenring -de grachtengordel in de binnenstad- aangetroffen is. Ook worden oude vondsten en de aanwezigheid van muurflora in de provincie behandeld. Daarnaast wordt uitgelegd wat muurplanten zijn, welke waarden ze vertegenwoordigen en waarom ze van belang zijn. Ook wordt beschreven hoe ze bewaard en beschermd kunnen worden. Tijdens onze inventarisatie is gebleken dat veel woonbootbewoners de vegetatie een warm hart toe dragen. In de compacte binnenstad is weinig ruimte voor natuur. Naast de belangrijke rol die de diepenring speelt in de waterhuishouding is ook voor de diepenring een belangrijke rol weggelegd voor de muurvegetatie. De boot waarmee de mossentocht door de grachten gehouden werd wordt te water gelaten.

De stad Groningen is om meerdere redenen uniek, het is een apart urbaan eiland op een zandrug omringd met klei. De gebruiksdruk van de stad is hoog en de omgeving hard en stenig met weinig groenstructuur waarvan de singels met beplanting de belangrijkste is. Door het toegenomen onderhoud en het gebruik van harder cement bij het restaureren van muren en kaden gaat deze vegetatie helaas achteruit.

Verder lijdt de vegetatie van de regelmatig terugkerende strenge winters en komt de vegetatie vaak maar langzaam tot ontwikkeling. Door ondersteunende maatregelen kan de muurvegetatie verbeterd worden. Voorgesteld wordt om binnen de unieke diepenring de Noorderhaven, Museumbrug en Winschoterdiep aan te wijzen als natuurgebied en door aangepaste beheersmaatregelen te beschermen. Door bepaalde steensoorten te gebruiken en in plaats van het harde Portland cement het zachtere kalkcement te gebruiken kunnen ook in de toekomst bij restauratie nieuwe vestigingsplaatsen worden gecreerd.

Tijdens de in 1998 uitgevoerde inventarisatie werd een redelijk uitgebreide vegetatie van Muurvaren, Steenbreekvaren, Tongvaren, Muurleeuwebekje en Vijg samen met begeleidende soorten als Muurpeper, Stekelvarens en Plat beemdgras aangetroffen. Gele helmbloem werd niet op de diepenring aangetroffen maar werd wel meerdere malen in de binnenstad waargenomen. De muurvegetatie van de diepenring is in vergelijking met andere steden als Utrecht, Amsterdam en Maastricht matig ontwikkeld. Waarschijnlijk zijn het de kleine oppervlakte kleine geschikte gebied, de noordelijke ligging van Groningen en de strengere winters nadelig voor een optimale muurflora. Ook ontbreken een aantal soorten, die elders in de provincie wel aangetroffen worden (Zwartsteel in Kiel-Windeweer, Groensteel in Musselkanaal). Hoewel echt zeldzame soorten niet aangetroffen zijn was de muurflora zeker niet onder verwachting.

Links

GroningenLigging van de Stad Groningen, waar de muurvegetatie inventarisatie plaats vond.

 

Met de rug tegen de muur

Dit verslag gaat over natuur dichtbij, op de muur vlakbij uw auto. Bij alle gevonden vindplaatsen van muurplanten was het mogelijk om de klok op een van de kerktorens te zien. Het zal u dan ook niet verbazen dat we altijd op tijd konden beginnen en nooit te laat thuis waren. Ook de goede bereikbaarheid van het onderzoeksgebied, bijna hartje centrum, maakte dit mogelijk. Niet alleen de Drentse Aa, het Reitdiep gebied, het Zuidlaardermeer of de Eelder en Peizermaden bevatten interessante flora, ook de stad Groningen is een Natuurgebied - inderdaad, met hoofdletter - van formaat. Mocht u ooit nog weer door de stad lopen, kijk dan rond en weet dat u niet de enige stadsbewoner bent en dat de natuur ook bij uw deur kan beginnen. Wij hebben vooral gekeken naar vegetatie op de grachtengordel van Groningen, de diepenring. Dit natuurgebied is ontstaan uit de verdedigingswallen en de daarbijhoorende greppels van de 12e-14e eeuw. In de 18e eeuw zijn door de toegenomen havenactiviteiten de wallen langs de diepen verstevigd en verstenigd. Zo zijn uit de walletjes van toen de muren van tegenwoordig ontstaan, met hun typische flora.

Helaas worden deze bijzondere planten bedreigd. Bij restauratie, gebruik van harder cement en herstelwerkzaamheden wordt weinig aandacht besteed aan deze planten, waardoor ze verdwijnen. De -vaak beschermde !- muurflora staat soms letterlijk met de rug tegen de muur.

De volgboot met de OOG TV camera ploeg, zij zullen de opnamen maken, foto Bep de HaasLinks

Index

‘Met de rug tegen de muur’

Muurplanteninventarisatie van de Diepen Ring

Index

Met de rug tegen de muur

Samenvatting

Inleiding

Onderzoeksgebied

Wat is een urbaan district en wat is muurvegetatie ?

Methode

Soortbeschrijvingen

  • Tongvaren (Asplenium scolopendrium) beschermd Aslplenium ruta-muraria, muurvaren, werd in Groningen niet alleen langs de diepenring gevonden

    Steenbreekvaren (Asplenium trichomanes) beschermd

    Vijg (Ficus carica)

    Gele helmbloem (Pseudofumaria lutea) beschermd

    Muurvaren (Asplenium ruta-muraria) beschermd

    Muurleeuwebek (Cymbalria muralis)

    Part 2 Bomen

    Part 3 Mossen

  • Conclusie

    Beschermingsplan/Hoe muurplanten van de Stad Groningen te beschermen

    Literatuur

    Bijlage

  • Tabel 1 ‘Muurplanten en varens in de Stad Groningen’

    Tabel 2 ‘ Karakteristieke Nederlandse muurflora’

    Tabel 3 ‘Varens bij Musselkanaal, in de provincie Groningen’

    Tabel 4 ‘Muurplanten op waterkerende muren van Utrecht, Amersfoort, Haarlem, Groningen en Amsterdam’

    Bijlage : Op de drie rijkste vindplaatsen zijn opnamen gemaakt van mossen en korstmossen.

    Opname 1 Noorderhaven - Oost, bakstenen muur met grote basalten hoekstenen. Noordkant van Spilsluizen bij de tongvaren, expositie op het zuiden.

    Bijlage ‘Vegetaties in Musselkanaal toen en nu’ Hier is de schrijver van het stuk de 'Atlas' die in dit geval niet de wereld maar toch wel bijna de hele boot tilt.

    Bijlage ‘Karakteristieke muurmossen’

    Tabel 7 ‘Enkele veel voorkomende plantesoorten op muren met standplaatsfactor’

    Bijlage .. Gunstige mortels volgens Gorteria 23 (1997)

  • Voorwoord/ Inleiding

    Groningen is niet bepaald bekend is om zijn muurvegetatie. Een reden hiervoor is de slecht mate waarin de muren in Groningen onderzocht zijn. Aan de hoeveelheid kerken kan het niet liggen, het Noorden en Oosten van de provincie staan er vol mee. Ook de stad Groningen heeft veel oude muren en kaden. Toen we aan dit onderzoek begonnen was hier nog weinig van bekend.

    Een groep floristen heeft in 1998 besloten om de stad Groningen op planten te inventariseren. Naast een volledige inventarisatie van de stad is ook een tweetal dagen specifiek gekeken naar de muurflora in de Stad Groningen, en met name de diepenring kreeg de volledige aandacht. Wat is nu een diep(enring) ? Wat in de rest van Nederland een gracht heet, heet in het Noorden een diep zodat de Amsterdamse grachtengordel een synoniem is met de Groninger diepenring. Voorbeelden in de naamgeving zijn Hoendiep, Reitdiep (Het Groningse gedeelte van de Hunze), Schuitendiep, Damsterdiep, Lopende diep en Winschoterdiep.

    Deze stadsinventarisatie is vergeleken met andere stadsinventarisaties - Eindhoven, Amsterdam, Amersfoort, Maastricht en Utrecht - in Nederland. Hoewel de (muur) flora van de stad Groningen niet eerder in de literatuur beschreven is bleek bij de locale floristen wel een aantal plaatsen bekend te zijn met muurvegetatie. Een goed voorbeeld is de Groensteel in Musselkanaal en de tongvaren bij het Groninger museum/NS-station.

    We wilden door dit onderzoek de aanwezigheid en de kwaliteit van de muurflora van Groningen onderzoeken, zodat dit kan bijdragen aan een betere bescherming en instandhouding van de muurvegetatie. Hieronder wordt in het kort ingegaan op de begrippen ‘urbaan district’ en ‘muurplanten’.

    Het urbaan district

    Het onderzoeksgebied, de stad Groningen en dan met name de diepenring, wordt straks itgebreid besproken. Maar wat is nu een kenmerkende vegetatie voor een stad gelegen op een zandrug ? Speelt de oorspronkelijke bodem en het klimaat dat van nature voor kwam nog wel een rol in een door mensenhanden gecreerde omgeving ? Sinds kort wordt aangenomen dat in een stad een specifieke flora aangetroffen kan worden, zo specifiek dat dit door Vreeken e.a. (1994) als een specifiek plantendistrict word aangemerkt. Planten tonen onderling verschillen in geografische verspreiding. Op grond van onderlinge overeenkomsten tussen de verspreidingpatronen van de verschillende plantensoorten worden gebieden - die floradistricten heten - onderscheiden zoals voor de stedelijke omgeving het ‘Urbane district’. Volgens deze specificatie (zie kader) valt ook de stad Groningen onder dit district. Een onderdeel van dit stedelijk gebied zijn natuurlijk de muren, een substraat waar de grond niet horizontaal maar verticaal ligt.Hier een foto van Tongvaren (Asplenium scolopendrium), die op een drietal plekken in Groningen voorkomt

    Het Urbaan district
    Het urbaan district wordt gekarakteriseerd door vreemde soorten (adventieven), een aparte bodem (stenen substraat) en een afwijkend warmer klimaat waardoor warmteminnende en vorstmijdende soorten een betere overlevingskans wordt geboden.

    Kenmerkende soorten : Groot glaskruid, Stijve windhalm, Tenger vetmuur, Vijg, Vlinderstruik

    Muurplanten : Muurleeuwebekje, Varens, Klein glaskruid, diverse amaranten, Liefde grassen

    Verder ook Bosrank, Stinkende ballote, Hartgespan en IJzerhard.

    Links

    Onderzoeksgebied

    De Gemeente Groningen

    Ontstaan

    De stad Groningen is al vrij oud, al sinds de jaartelling woonden mensen op de plek aan het einde van de Hondsrug, begrensd aan weerszijden door moerasvlakten van de Hunze en de Drentse Aa.

    Groningen wordt voor het eerst genoemd in 1040 en in de 13e eeuw werd een zelfstandig stadsbestuur gevormd.

    De diepenring dateert nog uit de Middeleeuwen en heeft honderden jaren (1300-1700) de grens van de stad bepaald. De 15e eeuw was voor Groningen de Gouden Eeuw voor met name de graan en bier handel. De Korenbeurs aan de Vismarkt was destijds het belangrijkste centrum voor het verhandelen van graan in Nederland. In het begin van de 17e eeuw begon een nieuwe bloeitijd van de stad Groningen. De stad werd van nieuwe vestingwerken voorzien -Het restant is het huidige Noorderplantsoen- waarbij haar oppervlak bijna verdubbelde. Dit gebeurde mede vanwege de dreiging van de 80 jarige oorlog. In 1672 hebben de nieuwe verdedigingswallen, samen met de grachten, nog een belangrijke rol gespeeld. In de oudste stadsplattegrond van Groningen (1567) is reeds een dichtbebouwde stad te zien binnen de diepenring.

    Zie figuur 1 De stad Groningen in 1567.Zo ziet de Noorderhaven er nu uit, en dit is een van de plekken met de beste muurvegetatie

    Westelijk deel van de diepenring (Hoge en Lage der Aa, Pottebakkersrijge).

    In de 12e eeuw werd de Drentse Aa omgeleid zodat de ‘Aa’ tussen de huidige Lage en Hoge der Aa stroomde. Hier ontstond toen het handelscentrum van Groningen. Bij laag water werd aan de lage kade gelost en bij hoog water aan de Hoge der Aa. Alle huizen stonden ook op de hoge oostzijde zodat bij hoog water de huizen droog bleven. We zagen bij de inventarisatie dan ook hoge stoepen bij de ingangen van deze herenhuizen zodat het water niet via de voordeur naar binnen kon stromen. Aan de Lage der Aa waren 400 jaar geleden veel bierbrouwerijen die het water uit de Aa haalden, maar een recente poging de brouwerijen nieuw leven in te blazen slaagde niet.

    Noordelijk deel van de diepenring (Noorderhaven, Spilsluizen)

    De verbinding tussen Oost en West werd in de 15e eeuw aangelegd waarbij Spilsluizen en Noorderhaven ontstonden.

    Noorderhaven was vroeger veel in gebruik ...... daarna werd het vooral een graanhaven, veel pakhuizen waren dan ook graansilo’s. Hier is nog het aandeel dat de stad Groningen met Middelburg en Amsterdam in de West Indische Compagnie(WIC) had te zien. Op sommige gebouwen is nog te lezen dat ze aan de WIC behoorden. Tot 100 jaar geleden was de Noorderhaven de belangrijkste haven maar na de opening van de Oosterhaven (1900) raakte de haven in verval. In 1860 had zelfs de meerderheid van de Nederlandse zeeschepen de provincie Groningen als thuishaven.

    Een deel van de kaden, bijvoorbeeld het Lopende diep en de Spilsluizen, bestaat uit een eb-kade en een 2 meter hoger gelegen vloedkade. Vaak was ook de vloedkade niet hoog genoeg en liep dit gedeelte van Groningen onder. Doordat Groningen via het Reitdiep tot 1877 in open verbinding met de Zee stond werden hier speciale eb en vloed kades aangelegd om het laden en lossen van de schepen bij verschillende waterstanden mogelijk te maken. De veren naar Ameland en Schiermonnikoog vertrokken bij Noorderhaven. Toen de sluizen bij Zoutkamp klaar waren verdween het tijverschil en moest vanaf Zoutkamp vertrokken worden.

    Zuidelijk deel van de diepenring

    Dit is het bekendste gedeelte van de stad Groningen, ook al is het Groninger museum nog zeer jong, gezichtsbepalend is het in de afgelopen paar jaar wel geweest. Niet alleen het Groninger museum is jong, dit is het geval voor alle zuidelijke delen van de diepenring. Het sinds eind 18e eeuw gedempte Zuiderdiep en Kattendiep waren ook de laatst gegraven grachten van de diepenring en werden het eerst gedempt om plaats te maken voor het brede Verbindingskanaal voor het Centraal Station Groningen langs. Het verbindingskanaal dateert uit 1870 en is ontstaan door de hier liggende oude vestinggrachten te kanaliseren. Het nieuwe kanaal zou de vervanger worden voor het verdwijnen van het Zuider- en Kattendiep. Dit verbond het Eemskanaal en de Oosterhaven met de Wester- en Noorderhaven. Het Verbindingskanaal bleek al snel te smal en heeft nooit een grote economische betekenis gekregen. Nog steeds is Groningen een stad aan het water, alleen vervullen de Hoornse plas en het Paterswoldse meer deze functie en is het vooral voor recreatie. Samen met het Hoendiep is de kade bij het Groninger museum de enige basalten kade van Groningen. Dit was bij locale floristen altijd al een bekend en zeer goed te bereiken vindplaats voor de Tongvaren en Muurleeuwebek.Dit is de boot van de OOG TV crew die de opnamen ging maken

    Oostzijde van de kaden (Schuitendiep)

    Ook aan de oostkant werd in de 14e eeuw de stroom, de Hunze, afgetapt en langs het Schuitendiep geleid. Pas in de 15e eeuw werd een verbinding , de ‘Spilsluizen’ gemaakt. Uitbreiding van de stad vond vooral op de Hondsrug (Noordwest -Zuid oost richting) plaats.

    De bakstenen muren die onderzocht zijn dateren uit midden van de vorige eeuw. Hierna is nog veel onderhoud gepleegd. Een vijftiental jaar geleden is Spilsluizen nog grootschalig gerestaureerd.

    Muurtypen

    Doordat het regenwater van het dak via regenpijpen afgevoerd wordt zijn muren van gebouwen vaak zo droog dat de zaden en sporen geen kans hebben om te ontkiemen. Hierdoor komt muurbegroeiing vaak alleen voor op muren grenzend aan water (kademuren) of muren die door achterliggend water gevoed worden (lekkende regenpijpen of door water dat afkomstig is van het achterliggende gronddek.

    De meest aangetroffen muurtypen in Groningen vallen onder de bakstenen muren. (Zie tabel 1) Deze dateren uit midden van de vorige eeuw. Hierna is op ad hoc en soms grootschalige projecten nogal wat aan de diepenring veranderd. Hierdoor is de huidige ouderdom van de diepenring een lappendeken van recent tot zeer oud. In de Noorderhaven kan de kademuur opgedeeld worden in muren aan het water (ebkade) en de hoger gelegen vloedkade die niet aan het water gelegen is. Echt hoge kaden van meer dan anderhalf, twee meter zijn in Groningen niet aanwezig.

    In de stad Groningen is weinig basalten kademuur aanwezig, de belangrijkste ligt tussen het Groninger museum en Centraal station Groningen, bij het fietsbruggetje. Het is slechts 40 m lang. De andere plaats is het Hoendiep.

    Basaltglooingen zijn aanwezig in o.a. het Stadpark (muurleeuwebek) en langs van Starkenborgh kanaal. Meestal is een voedselrijke ruderale begroeing aanwezig. Lage muurtjes zijn voornamelijk rijk aan muurvarens en komen de provincie voor

    Tabel 1 ‘ Typologie van muren die begroeid kunnen raken met muurvegetatie’

      Ligging Materiaalsoort Subtypen Lengte (m) in Stad
    a1 verticaal bakstenen wel of niet aan water en
    a2 verticaal bakstenen wel of niet groter dan 1m
    b verticaal basalt stenen classificatie op leeftijd/

    hoogte/waterkerend ja/nee

    c schuin basaltglooiingen Van Starkenborghkanaal
    d overig betonnen muren Oosterkade?
    e horizontaal Bovenste van lage muurtjes kerkhoven, perons, oude gebouwen

    ref 1Hier een foto van Tongvaren (Asplenium scolopendrium), die op een drietal plekken in Groningen voorkomt

    Op alle andere typen muren kan eigenlijk alleen muurleeuwebekje zich handhaven. De zogenaamde stapelmuren uit Ierland en Frankrijk zonder voegmiddel spelen in Nederland geen rol van betekenis. Van oorsprong waren de kaden beschoeid en later, zoals Tabel 2 laat zien, werden allerlei verschillende soorten cement gebruikt.

    Tabel 2 ‘Opbouw van de Groningse kaden en muren in de tijd’

      Tijdsperiode Opbouw oevers
    a tot 1600 Houten beschoeiingen
    b 1600 tot 1870 Muren met kalkspecie
    c 1870 tot 1910 Muren met basterdportlandspecie I
    d 1900 tot 1930 Muren met basterdportlandspecie II
    e 1930 tot heden Muren met portlandspecie
        Basaltstenen muren

    ref 1 p 31

    Links

    Opvallend is dat kadewanden die uit basaltstenen bestaan vaak goede vegetaties bevatten. Dit komt doordat tussen de grote basaltstenen met hun grillige vormen vaak grotere voegen -dus meer vestigingsmogelijkheden- hebben en deze muren door hun grote stenen vaak steviger zijn. Hierdoor is restauratie minder vaak nodig. Doordat minder vaak restauratie plaatsvindt hebben muurplanten meer tijd om een goede vegetatie te ontwikkelen.Andre Hospers en Ben van Zanten worden door Arjen 't Hoff door de grachten geloosd, op weg naar de grootste Tongvaren van Groningen  foto Bep de Haas.

    Muurvegetatie

    De in ons land voorkomende muurplanten zijn vaak van nature rotsplanten die in de muren een alternatieve groeiplaats vonden. In beide gevallen heeft het microklimaat sterk wisselende temperaturen en is het vaak droog wanneer het op de zon geŽxponeerd staat, is de standplaats juist op het noorden dan is het vaak licht arm, vochtig en schommelt de temperatuur juist relatief weinig. Het leven op een muur is dan ook slechts voor een twintigtal soorten weggelegd. Daarnaast zijn er natuurlijk ook muurbegeleidende soorten. Droge muren (van gebouwen) bevatten vaak geen planten omdat de zaden door de droogte niet tot ontkieming kunnen komen. De rijkste vegetaties worden daarom vaak aangetroffen bij waterkerende muren of zandkerende muren waar water via de grond kan komen. Andere standplaatsen zijn stadswallen, werfmuren, waterputten, kerkhofmuren en ruÔnes. Ook het cement is van doorslag gevende invloed : Het huidige Portland cement (1930) is harder dan al zijn voorgangers (kalkcement, basterdportlandcement). Het zachtere witte kalkcement biedt veel betere mogelijkheden .Vandaar dat op de oude diepenring (1500) nog zoveel soorten aangetroffen zijn. - alle kaden stammen toch uit die periode?; wat is dan de ‘oudere’ diepenring?

    Tabel 2 ‘ Karakteristieke Nederlandse muurflora’

    Echte muurplanten Karakteristiek begeleiders
    Blaasvaren* Brede eikvaren
    Genaalde streepvaren Gebogen driehoeksvaren
    Muurvaren Gewone eikvaren
    Rechte driehoeksvaren* Mannetjesvaren
    Schubvaren* Moerasvaren
    Steenbreekvaren* Smalle stekelvaren
    Tongvaren* Stijve naaldvaren
    Zwartsteel* Wijfjesvaren
    Groensteel  
       
    Gele helmbloem* Blauw glidkruid
    Grote leeuwebek Koningskaars
    Klein glaskruid* Liggend vetmuur
    Muurleeuwebek Moederkruid
    Plat beemdgras Muurpeper
    Vijg Muursla
    Pijlscheefkelk Steenkruidkers
    Muurbloem Knolsteenbreek
    Klein glaskruid Stinkende gouwe
    Stijf hardgras Wolfspoot
    Plat beemdgras  
       
       
    Stengelomvattend havikskruid  
    Vlinderstruik  
    Muurhavikskruid  
       
    * = beschermd  

    LinksHet viel niet mee om tijdens de opnamen de boot stil te houden. Ook veroorzaakte het voorbijkomende verkeer veel problemen

    Kenmerkende soorten zijn vooral Aspleniacea en Dryopteridaceae : Zwartsteel, Steenbreekvaren, Blaasvaren, Rechte driehoeksvaren, Tongvaren, Muurvaren. Karakteristieke muurmossen zijn volgens vegetaties van Nederland Muursterretje, Zijdemos en Muursnavelmos. Deze soorten zijn aangepast aan grote schommelingen van temperatuur en water. Bovendien zijn ze ook in staat deze moeilijke plekken te bereiken doordat hun sporen licht zijn. Kenmerkende vaatplanten zijn Gele Helmbloem, Muurbloem en Stengelomvattend Havikskruid. Opvallend is dat de vaak aangetroffen bloemplanten meestal sierplanten zijn die doorgaans ver van hun natuurlijke oorsprong verwilderd zijn.

    Verder heb je nog classificatie van Muurplanten : droogte minners (Muurvaren,Tripmadam, Muurpeper, Smalle stekelvaren, Steenbreekvaren) ten opzichte van de verliezende vochtminnaars (m.n. Moerasvaren, Wijfjesvaren, Gebogen driehoeksvaren, Blaasvaren en ook de Tongvaren, die vooral in een jong stadium hier erg afhankelijk van is en Gele helmbloem).Van de opslagplaats naar de diepenring koste Bart Achterkamp, Arjen en mij nog wel wat sjouw werk (foto Bep de Haas)

    Schubvaren, Muurvaren, Steenbreekvaren, Tongvaren en Muurleeuwebek zijn gebonden aan een humusarme muur terwijl op de meer humus rijke en vaak niet horizontale muur Muurbloem, Gele helmbloem en Platbeemdgras kan worden aangetroffen. Op plaatsen waar veel humus en voedingsstoffen (voedsel rijk regen of straatwater, denk aan honde poep) zich verzamelen ontkiemen de begeleidende soorten.

    Begeleidende soorten (geen echte muurplanten):

    Robertskruid, Moederkruid, Muursla, Reukloze kamille, Zwart tandzaad, Blauw glidkruid, Wolfspoot.

    Successie

    Het ontstaan van een goede muurvegetatie is een zaak van lange adem, van decennia tot eeuwen. De verwering begint met wind, regen, temperatuurschommelingen en vorst die scheuren in de muur doet ontstaan. Hier vestigen de bacterien en schimmels zich. Na de bacteriŽn en schimmels verschijnt vaak binnen een jaar Muurmos op de kade, gevolgd na een paar jaar door Zilvermos en Purpersteeltje. Al die tijd spoelen voedingsstoffen in of worden door de bestaande flora vastgelegd. Na een decennium volgen planten als Liggend vetmuur, Straatgras, Muurleeuwebekje en Muurvaren. De laatste twee kunnen vrij goed tegen een basisch milieu en verbeteren langzamerhand hun eigen milieu door invang van zand, humus met humuszuren en dieper wortelen. van de plant en afscheiden van zuren.

    Na vijftig jaar is de succesie afgerond wanneer varens als Tong-, Muur-, Steenbreekvaren verschijnen. Onder vochtige omstandigheden gaan moerasplanten domineren terwijl op droge muren of bovenaan een muur een gemeenschap van droog grasland ontstaat. De best ontwikkelde vegetaties komt op muren voor van 100-150 jaar oud. De pH (zuurgraad) van de voegen is dan vaak neutraal tot licht basisch.Zo ziet de Noorderhaven er nu uit, en dit is een van de plekken met de beste muurvegetatie

    Wanneer de scheuren groot zijn komen ook bomen voor als Gewone vlier, Ruwe berk, Iep, Vlinderstruik en Vijg. Op droge plaatsen zal Betula pendula overheersen, op vochtige Alnus en Ulmus soorten (Els en Iep).

    Andere bomen en struiken die vaak aangetroffen worden op muren naast Vlier zijn Es, Lijsterbes, Esdoorn en vooral op kademuren de (Hartbladige) Els. En alle in Nederland verwilderde Vijgen zijn uitsluitend op muren gevonden.

    Methode

    Soorten

    Voor de aanvang van de kartering is, op basis van al aanwezige kennis en verwachtingen een aandachtsoortenlijst opgesteld. Van deze soorten is tijdens de inventarisatie altijd het voorkomen op lokatie genoteerd. Het betreft de karakteristieke muurplanten (zie voorgaande) en landelijk of regionaal zeldzame en/of bedreigde soorten. Uiteindelijk kon van XX soorten een nauwkeurig verspreidingsbeeld gegeven worden: Steenbreekvaren, Muurvaren, Tongvaren, Mannetjesvaren, Muurpeper, Muurleeuwebek, Wit vetkruid, Tripmadam, Vijg, Brede en Smalle stekelvaren, Plat beemdgras, ……..

    Op de muren bleek een keur aan landelijk algemene plantensoorten te staan die zeker niet tot de typische muurvegetatie behoren. Van deze soorten is de verspreiding niet exact verzameld, maar alleen op kilometerhok-niveau. Voorbeelden hiervan zijn Ruw beemdgras, Straatgras, Veldbeemdgras, Grote weegbree en Zwart tandzaad.

    ((Enkele meer interessante soorten die karakteristiek zijn voor voedselarmere omstandigheden, als Vroegeling en … bleken dermate algemeen te zijn dat de verspreiding ervan eveneens niet op lokatie is verzameld. ))

    Inventarisatie

    Tijdens twee inventarisatieronden (26 april en XX juli) zijn door 4-5 personen de grachtmuren van de diepenring systematisch onder handen genomen (KAART X). Alleen de ‘verticale’ grachtmuren en de aangrenzende horizontale bovenzijde tot ca. 1 meter viel onder de onderzochte muren. Bij de Noorderhaven (noordzijde stadsgracht tussen ca. Kijk in ‘t Jatbrug en Noorderplantsoen) is hiervan afgeweken, door de gecompliceerde bouw (is eb- en vloedkaden!!) van de grachtmuren. Hier is het gehele ‘ historische’ muurgedeelte gekarteerd. De totle lengte van de op deze wijze onderzochte grachtmuren bedraagt ca. X km.

    Van enkele soorten (Wit vetkruid, stekelvarens) zijn enkele aanvullende waarnemingen verzameld tijdens ‘toevallige’ bezoekjes aan de stad door de inventariseerders. De genoemde aandachtsoorten zijn op lokatie op kaarten ca. 1: 10.000 ingetekend. Voor het vastleggen van het voorkomen op een bepaalde lokatie is de volgende methode gebruikt (FLORON 19XX):

    A: 2-5 exemplaren

    B: 5-25 exx.

    C: 25-50 exx.

    * Moet dit ook meer gedetailleerd??

    1. ‘Resultaten’

    Hier soortbesprekingen, aan de hand van de verspreidingskaarten.

    2.1. Algemeen

     

    Soortbeschrijvingen

    Apart is dat een eikvaren haar natuurlijk substraat voornamelijk in de duinen of houtwallen en arme zandgrondbossen vindt en daarnaast ook op muren aangetroffen kan worden. Tongvarens groeien in Zuid Nederland gewoon in de grond en in de NOP zijn varens op de grond gevonden (Steenbreekvaren, ...) Zwartsteel

    Tongvaren (Asplenium scolopendrium) beschermdTongvarens vooral tegenwoordig op muren, vroeger groeiden ze vooral op de grond

    De Tongvaren is een lage tot middelhoge plant die ‘s winters groen blijft. De Tongvaren vertoond een typisch urbaan patroon in Nederland door vnl op natte, vochtige muren te groeien. Alleen in de duinen en Zuidlimbrug komt ze buiten de steden voor. Voor de soort lijken vochtige omstandigheden, met name bij de ontkieming, het belangrijkst. In Amsterdam zijn kademuren die op het noorden en noordwesten wijzen veruit favoriet en in Groningen is dit het noorden en noordoosten. De populatie in Groningen bestaat voornamelijk uit jonge vrije kleine planten die zelden -alleen bij het spoorwegviaduct van de Hereweg- tot wasdom komen. Mogelijk dat enkele natte seizoen vestiging mogelijk maakt maar een droge zomer al funest is. Landelijke verspreidingskaartjes laten een algemene soort zien. Is niet terecht omdat sprake is van een ook in Groningen gevonden sommatieeffect. En Tongvaren verschijnt namelijk vrij makkelijk als muurplant - en is daar ook goed waarneembaar- maar verdwijnt ook weer snel. De algemene tendens lijkt een toename van de soort. Mogelijk ook is de nadelinge ligging vang Groningen in het sub-Atlantisch deel ipv het Eu-Atlantisch deel zoals het westen van Nederland (S.Segal)

    De Tongvaren is in 1998 op drie lokaties aangetroffen. In alledrie de gevallen betrof het een (vrij klein) exemplaar. Bij het station (correcte naam svp) groeit de soort op een noord-geexponeerde basalten muur, ca 2 m. boven de waterlijn. Dit betreft een soortenrijke lokatie, met onder andere massaal Muurleeuwebek, Mannetjesvaren, …. en … . Zowel bij de Noorderhaven als op het Winschoterdiep zijn de groeiplaatsen op bakstenen kademuren die noord-oost geexposeerd zijn. Beide groeiplaatsen zijn betrekkelijk soortenarm. Als begeleidende karakyteristieke muurplanten valt vooral Muurvaren op.

    Het viel niet mee om tijdens de opnamen de boot stil te houden. Ook veroorzaakte het voorbijkomende verkeer veel problemen

    (Verspeiding in de provincie en elders in de stad)

    - op basis van FLORON - verspreidingsgegevens eventueel.

    (bv. Electra) October 1995 Hasbruch ecsursie pag 90

    Eerdere waarnemingen

    In 1997 groeiden op de basalten muur t.o. het station op dezelfde plaats twee exemplaren van de soort. In 1996 werd een exemplaar ontdekt onder de Hereweg-brug over het spoor.

    Nog meer?

     

    Steenbreekvaren (Asplenium trichomanes) beschermd

    De steenbreekvaren is een kleine plant die’s winters groen blijft. Het is een kosmopoliet die overal in de gematigde streken voorkomt. In Nederland is de soort zeldzaam en wordt meestal gevonden op oude op het noorden gerichte oude vochtige muren. De naam is gewelddadiger dan deze ondiep wortelende plant doet vermoeden. Als je goed kijkt zie je hier de vijg die inderdaad tussen het wal en het schip terecht gekomen is.

    Vijg (Ficus carica)

    De vijg is een oorspronkelijk oost-mediterrane soort die via cultuur over het gehele mediterrane gebied verspreid is. De natuurlijke standplaats is muren en rotsspleten waar bij de soort maar een paar meter hoog wordt. In Frankrijk en Zuid Engeland verwilderd, naar het noorden toe neemt de vitaliteit af. Groningen is waarschijnlijk de noordelijkste vindplaats. Dit is mogelijk door de woonboten die een goed klimaat hiervoor scheppen. Stimuleren van woonboten in de grachten. Meeste standplaatsen ten zuiden van de grote rivieren.

    Gele helmbloem (Pseudofumaria lutea) beschermd

    De Gele Helmbloem is een lage, vertakte, donkergroene overblijvende plant met vertakte wortelstok. De goudgele bloemen staan horizontaal of schuin omhoog op rechte steeltjes. De zaden zijn enigzins glanzend en dragen een afstaand, getand wit aanhangsel waarop mieren verzot zijn (een zgn mierenbroodje). De zaden worden door insecten verspreid. Het is een sierplant die oorspronkelijk uit het zuidelijke gedeelte van de Alpen komt die sinds de 19e eeuw als standhouder op muren bekend is. Het is een soort die langs muren, op kade muren, kerkhofmuren en op lage tuinmuurtjes groeit. Komt vooral samen voor met Muurleeuwebekje, Steenbreekvaren en Stinkende gouwe. In Groningen dook hij al een aantal malen in de stad op, o.a. aan de Westersingel. Na herbestrating is de plant wel teruggekomen zodat de soort vrij goed bestand lijkt tegen een dynamische omgeving.Muurvaren(Asplenium ruta-muraria) was de algemeenste muurvaren van de stad Groningen.

    Muurvaren (Asplenium ruta-muraria) beschermd

    De Muurvaren is een zeer kleine, donkergroene plant. Bij strenge vorst sneuvelen veel van deze groenblijvende varen. De varen is de enige aan muren gebonden varen die in vrij veel streken in Nederland algemeen is. De standplaats is vaak droog en op het zuiden gericht. Muurvaren is bij uitstek een pionierssoort die zich als een van de eerste vestigt op muren, dit mogen ook (droge) vrijstaande muren zijn. Op de diepen groeit ze vaak hoog boven het natte en voedselrijke water.

    In Groningen is deze varen nog wijd verspreid op oude muren als het Pepergasthuis, graf op de Hereweg, spoorbrug bij Hoogkerk, de muurtjes om het AZG en het farmaciegebouw aan de Anton Deusinglaan, sluismuur uit 1879 en bij oude kerkjes op het Ommeland. Het kaartje van de provincie Groningen laat zien dat de soort vaak aanwezig is op de kerkhoven van oude dorpjes.

    1. Verspreiding in de stad.

    1998

    Het overgrote deel van de Muurvarens in de stad is aangetroffen op de kademuren van de Noorderhaven, zowel op de noord- als zuidmuren. Vooral aan de noordzijde van de Noorderhaven komt de soort massaal (ca. 25 m2) voor van vlak boven de waterlijn tot aan de bovenzijde van de kade. Hetzelfde geldt voor ‘vlak bij de Kijk in’t Jatbrug’. Op de overige plaatsen groeien de planten vooral op de bovenste zone van de kaden. Elders is de soort op 4 lokaties aangetroffen: ‘Nieuwewegbrug (4 exx), ‘Stationsmuur’ (5 exx.), en op de kademuur t.o. het Natuurmuseum (ca. 15 exx.).

    Behalve de lokatie bij het station (basalt) groeien alle planten op bakstenen kademuren. De soort is weinig kieskeurig in groeiplaats. De meeste planten zijn aangetroffen op het loodrechte deel van de kademuren, maar daarnaast regelmatig op richeltjes en nisjes bij bruggen e.d. Daarnaast zijn de planten zijn weinig kieskeurig in expositie van de groeiplaatsen, de groeiplaatsen kunnen naar alle windrichtingen toe gericht zijn.

    (Verspeiding in de provincie en elders in de stad)

    In het onderzoeksjaar zijn 5 planten aangetroffen op lage muurtjes rondom Tandheelkunde.Hier wordt de boot, vlak bij de Martinitoren en Martinikerkhof, te watergelaten

     

    Muurleeuwebek (Cymbalria muralis)

    De Muurleeuwebek is een zeer lage kruipende overblijvende plant met klimopachtige bladeren. Dit is een Mediterrane soort die dor de mensen over Europa is verspreid. In het rivierengebied is de soort algemeen op permanent vochtige tamelijk zonnige plaatsen. Vaak samen met Muurvaren, hoewel de laatste aanzienlijk beter tegen droogte bestand is.

    In Groningen groeit deze soort algemeen op de toegangspoort naar de begraafplaats van Feerwerd, de poort van Middelstum en de vijvermuren van het Stadspark.

    Links

    Part 2 Bomen

    In dit onderdeel worden de bomen behandeld. De aangetroffen soorten - Buddleia,Vlier, Berk, Els, Iep, Vijg - zijn bomen die (ecologie van zwarte els en ....els nietdroogte houden ? Door vogels gegeten worden en zo op de kaden tercht komen ? Van kalken, hoge pH bodem houden ? ) ....De bomen komen zelden boven de kade uit en vaak worden ze zeer drastisch gesnoeid om mogelijke verdere schade aan de kade te beperken.

     

    Part 3 Mossen

    De aangetroffen mossen hadden helaas als kenmerk dat ze van vochtige voedselrijke situaties houden. De hoop dat soorten van droge voedselarme biotopen aanwezig zou zijn werd al snel de bodem in geslagen. Tijdens de opnamen in januari 1999 spoelde het regenwater het huisvuil en de ontlasting van huisdieren over de muren zodat de muren verrijkt werden met dit afvalwater.

    Conclusie

    Uiteindelijk werde geen zeldzame, beschermde of Rode lijst soorten van mossen aangetroffen. Voor beleid hoeft niet hier opgelet te worden.

    Tabel 8 ‘ Mossen op de diepenring van Groningen’

    Ceratodon purpureus Purpersteeltje
    Tortula muralis Muursterretje
    Bryum argenteum Zilvermos
    Brachythecium rutabulum Gewoon dikkopmos
       

     

    Part 4 De korstmossen

    Met een extern aan getrokken korstmossspecialist -Laurens Sparrius - is gekeken naar de korstmossen vegetatie op een beperkt aantal plekken, namelijk de Nooord en Oost zijde van de Noorderhaven, Spilsluizen, het Winschoterdiep en de basaltenkaden voor het Centraal Station Groningen. Zie de bijlage. Hier zijn traject opnamen gemaakt. Tijdens de inventarisatie bleek dat een groot aantal soorten ook gewoon op bomen langs de Ddiepenring voorkwamen en niet specifiek was voor muurvegetatie, voor de bakstenen of basaltstenen kaden of voor grachtengordels in de stedelijke omgeving. Ook werden geen beschermde, zeldzame of Rode lijst soorten aangetroffen. Over het algemeen betroffen het korstmossen die kenmerkend zijn voor biotopen met veel ammoniak, zgn nitrofytische (ammoniak minnende) korstmossen.

    Conclusie : De korstmossen muurvegetatie vertoond een biotoop van natte voedselrijke situaties die in Nederland op veel plaatsen aangetroffen kan worden. Uit deze opnamen blijkt dat de invloed van afstromend regenwater verrijkt met huisvuil. Het is daarom verstandig bij het beheer van de muurvegetatie rekening te houden met het afstromende regenwater die de muur kan verrijken. Omdat geen beschermde of speciale specifieke soorten aangetroffen werden hoef voor het beleid of bescherming van de muurvegetatie van de Ddiepenring niet apart rekening gehouden te worden met korstmossen.

    **: 1 exemplaarEen fotot van Muurvarens (Asplenium ruta muraria) en die komt vrijwel alleen op muren voor.

    - De stad Groningen wordt terecht tot het urbane district gerekend

    - De muurflora van Groningen is van regionaal belang

    - De muurflora van Groningen is van nationaal belang

    - De matige toestand van de De muurflora van Groningen komt door de strenge winters in Groningen

    - De plaatsen van Tongvarens zijn cumulatief, er zijn geen stabiele tongvarens gevonden. Tongvarens komen en gaan.

    - Dat de vegetatie in West Nederland zo goed ontwikkeld is komt mogelijk door dat deze gebieden in het Eu-atlantisch district liggen (S.Segers) en

    en doordat de lengte van de kaden in Groningen slechts een tiende zijn van de lengte in bijv Utrecht en Amsterdam. Bovendien betreffen het in alle gevallen binnensteden grachten die soortenarm zijn vergleken met havenkaden.

    Tabel 4 ‘Muurplanten en varens in Stad en Ommeland’

      Stad Groningen Provincie Groningen
    Eikvaren Diverse plaatsen  
    Mannetjesvaren Diverse plaatsen  
    Muurvaren Algemeen Op oude kerken en kerkhoven algemeen
    Smalle stekelvaren Diverse plaatsen  
    Steenbreekvaren Diverse plaatsen Sluiscomplexen verspre
    Tongvaren Drie plaatsen Zeldzaam
    Wijfjesvaren Diverse plaatsen  
    Zwartsteel Afwezig Kiel Windeweer
    Groensteel Afwezig Musselkanaal
    Tripmadam Een grote populatie  
    Wit vetkruid Diverse plaatsen  
    Gele helmbloem Trottoirs Afwezig
    Grote leeuwebek   Afwezig
    Muurleeuwebek Langs water verspreid Kerkhof Feerwerd/Poort Middelstum
    Vlinderstruik Regelmatig Afwezig
    Vijg Op een kademuur Afwezig
    Links    

    Het viel niet mee om tijdens de opnamen de boot stil te houden. Ook veroorzaakte het voorbijkomende verkeer veel problemen

    Tabel 5 ‘Typische Groninger stad muurplanten en karakeristiek begeleiders

    Echte muurplanten Karakteristiek begeleiders
    Muurvaren Gewone eikvaren (varens)
    Steenbreekvaren* Mannetjesvaren
    Tongvaren* Smalle stekelvaren
    Zwartsteel* Wijfjesvaren
    Gele helmbloem* Tripmadam (bloemplanten)
    Muurleeuwebek~  
    Plat beemdgras Wit vetkruid
    Vijg Blauw glidkruid
    Vlinderstruik Vijg
      Liggend vetmuur
      Moederkruid
      Muurpeper
      Muursla
      Ruwe Berk
      Stinkende Gouwe
      Wolfspoot
    ~ wel in de stad, niet in diepenring Zwarte els
    * = beschermd Hartbladige els

    Tongvarens vooral tegenwoordig op muren, vroeger groeiden ze vooral op de grond

    Tabel 6 ‘Muurplanten op waterkerende muren in Amsterdam, Amersfoort, Dordrecht, Haarlem, Rotterdam, Utrecht en Groningen’

      A’dam Afoort Drecht Hrlem R’dam Urecht Gr.
    Muur 22 10 8 14 14 14 9
    Besche 8 3 5 3 4 3 3

    Dit stedenoverzicht laat zien dat Groningen wat muurvegetaties betreft een achterhoede gevecht voert. Dit komt door de beperkte lengte van de kade muren, het beperkte aantal jaren dat de muurvegetatie in Groningen bestudeerd wordt (enkele jaren) en de stand van de flora, die voornamelijk bekend is in de kwetsbare diepenring. In bijvoorbeeld Amsterdam werden veel soorten in de havens aangetroffen (vlg Noorderhaven Groningen) terwijl in Groningen dit biotoop vrijwel afwezig is. In Amsterdam wordt een gebied van 815 km2 (100 km lengte van de kademuren) bestreken terwijl hier slechts 4 km betrokken wordt. Deze 4 km is dan ook nog de slecht ontwikkelde binnenstad terwijl vaak de rijke muurvegetaties in de havens voorkomen. De havens zijn in Groningen bijna allemaal gedempt.

    Tabel 7 ‘In de stad gevonden soorten met frequentieklasse/Aantal exemplaren met status’

      Frequentie klasse Provincie Groningen
    Eikvaren 7   Betekenis UFK
    Mannetjesvaren 8   0= uitgestorven
    Muurvaren 7   1 = uiterst zeldzaam
    Smalle stekelvaren 7   2 = zeer zeldzaam
    Steenbreekvaren 4 c 3 = zeldzaam
    Tongvaren 5 b 4 = vrij zeldzaam
    Wijfjesvaren 8   5 = minder algemeen
    Zwartsteel 2 a 6 = vrij algemeen
    Tripmadam 2   7 = algemeen
    Wit vetkruid 2   8 = zeer algemeen
    Gele helmbloem 4 b 9 = uiterst algemeen
    Grote leeuwebek 0    
    Muurleeuwebek 6   a = wet besc Rode lijst 1
    Vlinderstruik     b = wettelijk beschermd
    Vijg     c = Rode lijst 3 :
          wettelijk beschermd

    ref Andeweg

    Links

    -Doordat verzuring van de bodem optreedst zal de varenrijkdom van de bodem afnemen en zal de betekenis van de muurvegetatie voor de soortenrijkdom van Nederland in belangerijkheid toemen. Een goede bescherming van de muurvegetatie - in Groningen- is daarom belangrijk.

    - Tongvaren zijn dynamisch en lijken niet lang stand te houden in Groningen. Verspreidingskaartjes kunnen daardoor snel een cumulatief karakter vertonen waardoor de soort algemener lijkst dan in werkelijkheid is. Ook de vnl jonge planten en zeer kleine populaties lijken hier op te wijzen

    - In de provincie Groningen komen recent 11 soorten voor en in de stad zijn er 9 aangetroffen.

    - Steenbreekvaren werd alleen op Noord(oostelijke) expositie aangetroffen bij kademuren. Tabel 3 ‘Op welke muurtypen groeien in Groningen muurplanten’

    Links

      Muurvaren Steenbreekvaren
    Waterkerende muren    
    kade- en grachtmuren 120? 2+5
    Brugmuren 5 ? -
    Sluismuren    
    Overig -- --
    Totaal 125 7
         
    Niet waterkerende    
    Kerken 0  
    Vrijstaande muurtjes 15 vindplaatsen  
    van kerkhoven    
    Totaal    
    Links    

    ref Muurplanten Noord Holland/Gorteria Zwartsteel(1997)

     

    Beschermingsplan/Hoe muurplanten van de Stad Groningen te beschermen

    Hoe planten

    De muurvegetatie wordt in Groningen bedreigd door de plannen die gemaakt zijn om van de diepen ring een recreatiegebied van allure te maken. Gezien de prijzen die voor de woningen betaald worden is dit al in een redelijk stadium. Ook het opknappen van de kademuren hoort hierbij.

    Muurbegroeingen geven binnensteden vaak een bijzonder aanzien. Doordat de oude muren ook vaak zeldzame soorten herbergt bevatten ze naast cultuurhistorische ook natuurhistorische waarden. Toch blijken de vegetaties met name in steden achteruitgegaan te zijn door reiniging, herstel, verbouwing en eutrofiŽring die bepaalde soorten verdringt.

    Doordat muren vaak gereinigd wordt zijn nu een aantal muursoorten beschermd : Zwartsteel, Groensteel, Steenbreekvaren, Schubvaren, Blaasvaren, Rechte driehoeksvaren, Tongvaren, Pijlscheefkelk, Muurbloem en Gele helmbloem, Stijf hardgras, Stengelomvattend Havikskruid en Klein glaskruid. Slechts drie soorten zijn in de stad Groningen aangetroffen en vier in de provincie.

    BELEID

    Lit 10 noemt ideale menging voor een waardevolle muurvegetatie.

    Kaartjes zijn gemaakt met Plotter en Stipt.

     

    Literatuur

    1. T. Denters, Rina Ruesink en Bart Vreeken, ‘Van Muurbloem tot Straatmadelief’, 1994, KNNV Uitgeverij, Utrecht

    2. Floristische werkgroep Eindhoven, ‘Atlas van de Flora van Eindhoven’, 1990, KNNV afd Eindhoven

    3. M.H. Meertens, J.H.J. Schaminee & E.J. Weeda Asplenieetea Trichomanis In : ‘De Vegetatie van Nederland’ , deel 4, J.Schaminee et all

    4. Handleiding voor bescherming van Bedreigde Muurplanten Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij 2e druk 1990

    5. ‘Stadjesgids 1998’, 1998, Gemeente Groningen

    6. Egbert Forsten ‘Groningen, 950 jaar op weg naar 2000’, 1990, Wolters Noordhof, Groningen

    7. B. Westerink, H. de Keijzer ‘Wilde Planten van West-Groningen’ Provincie Groningen

    8. Onderzoeks rapporten Provincie Noord-Holland, Muurplanten in Noord-Holland : Bijzonder en bedreigd. April 1990, Dienst Ruimte en Groen

    7. ‘De Levende Stad, Een aanzet tot ecologisch beleid’, Juni 1994, Dienst Ruimtelijke OrdeningGemeente Groningen

    8. Emma van Dool, Bert Maes. De muurvegetatie in de stad Utrecht.

    9. Flaneren langs de diepenring Binnenstad beter, 2e Jaargang Nr 4 November 1998

    10. ‘Bijzondere muurvegetaties in de gemeente Stadskanaal’, Inventarisatie, beheer, behoud en herstel Maart, 1986, A.J. Dijkstra & H.Dijkstra

    11. Leon Luijten, Gorteria en Floron Nieuwsbrief 1996, Herinventarisatie van sluizen in de omgeving van Musselkanaal.

    12. E.Weeda Heukels, Flora van Nederland, 1995, Wolters Noordhof, Groningen

    13. R. Andeweg, ‘Muurplanten in Rotterdam’, 1994, Stadsecologische reeks deel 1, Natuurmuseum Rotterdam, Rotterdam

    14. R. Andeweg, ‘Muurplanten in Rotterdam’, 1991/1992, Voorlopig -/ Eindrapport, Gemeentewerken Rotterdam, Rotterdam.

    15 Ministerie van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk werk, Staatsuitgeverij, Den Haag 1982, ‘Natuur in 16 Stedelijke Omgeving, een verkenning van de mogelijkheden tot samenleven van plant, dier en mens.

    17 Hans Dekker,1988,Muurplanten in Drenthe,Rapport Directie Natuur, Milieu en Faunabeheer, consulentschap Drenthe

    18 Provincie Zuidholland, Dienst Ruimte en Groen,1989, Muurplanten in Zuid-Holland, Den Haag. 070-4416611

    Zuid Hollandplein 1 2596

    19 Akke Kooi (In Atlas van Drenthe in prep), Ben Hoentje, Hester Heinemeijer (ed) Deel 6 Droge graslanden.

    20 D. Groenendael, ‘Grauwe Gors’ het Contact Orgaan Avifauna Groningen, October 1995, Jaargang 23, Nummer 3, Hasbruch excursie

    Bijlage

    Bijlage van specifieke Muurvegetatie Nederland

    Tabel 1 ‘Muurplanten en varens in de Stad Groningen’

    wordt vervangen door algemene tabel van alle vindplaatsen. gemaakt door Roel (?)

      Vroeger Nu
    Adelaarsvaren    
    Blaasvaren    
    Eikvaren   3+2
    Mannetjesvaren   4
    Muurvaren   250
    Smalle stekelvaren    
    Steenbreekvaren   2 + 3
    Tongvaren   2+1+1
    Wijfjesvaren   =
    Zwartsteel   ‘1’
    Gele helmbloem   ‘2’
    Grote leeuwebek    
    Muurleeuwebek   10 locaties
    Vlinderstruik   5
    Vijg   1(+1)
         

     

    Bijlage ‘Vegetaties in Musselkanaal toen en nu’

    Geeft de achteruitgang weer van de enige bekende en beroemde muurvegetatie van Groningen. Deze situatie moet in Groningen voorkomen worden.

    Tabel 3 ‘Varens bij Musselkanaal, in de provincie Groningen’

    Plaats Vijfde Verlaat Buinersluis
    Jaar 1983 1999 1983 1999
    Steenbreekvaren 130 ex   1 ex  
    Groensteel 14 ex      
    Wijfjesvaren     x  
    Smalle stekelvaren x   x  
    Mannetjesvaren x   x  
    Gebogen driehoek     10 ex  
    Tongvaren 10 ex      
    Eikvaren x   x  
    Moerasvaren     9 ex  
    Platbeemdgras veel      
    Schaduwgras     x  

     

    Tabel 4 ‘Muurplanten op waterkerende muren van Utrecht, Amersfoort, Haarlem, Groningen en Amsterdam’

      Utrecht Amersfoort   Haarlem Amsterdam Goningen
      1961 1987 1981   1989 1954 1989 1998
    Zwartsteel x           x  
    Genaalde varen             x  
    Muurvaren x x x   x x x x
    Steenbreekvaren x x x   x x x x
    Wijfjesvaren x x x   x x x x
    Schubvaren             x  
    Ijzervaren x         x    
    Blaasvaren           x x  
    Smalle stekelvaren x x x   x x x x
    Brede stekvaren x   x     x x  
    Kamvaren x       x x    
    Mannetjesvaren x x x   x x x x
    Gebogendrievaren x       x x x  
    Rechte driehoeksvaren x         x x  
    Koningsvaren x           x  
    Tongvaren x x x   x x x x
    Brede eikvaren x x       x x  
    Gewone eikvaren x x x   x x x x
    Stijve naaldvaren             x  
    Adelaarsvaren x x       x    
    Moerasvaren x x     x x x  
    Muurleeuw x x x   x x x x
    Gele helmbloem   x         x 1)
    Vijg   x         x x
    Klein glaskruid     x       x  
                     
    Beschermd 4 3 3   2 4 9 3
    Totaal srtn 18 13 10   11 17 22 9

    Bijlage : Op de vijf rijkste vindplaatsen zijn opnamen gemaakt van mossen en korstmossen.

    De opnamen zijn gemaakt vanaf de bovenzijde. Het onderzochte gebied bevat daardoor de bovenste 0.50 m van de kademuur en een richel van 0.5 m.

    Opname mossen : Edwin, Andre Determinatie Ben van Zanten

    Lichenen : Laurens Sparrius Gouda

    a=abund, o=gewoon, r=zeldz, d=dominant

    Kenmerkende nitrofytische (ammoniakminnende) korstmossen (indicatief voor dit gebied) zijn :

    1. Phaeopyscia orbicularis, sterke indicator, overal waargenomen
    2. Physcia caesia, sterke indicator, alle vijf opnamen waargenomen
    3. En in mindere mate
    4. Lecanora dispersa, drie maal
    5. Lecanora muralis, drie van de vijf maal aangetroffen
    6. Phaeophyscia nigricans, geen eenmaal aangetroffen
    7. Physcia tenella,in twee van de vijf opnamen aangetroffen
    8. Xanthoria parietina, in drie van de vijf opnamen aangetroffen

    Opname 1 Noorderhaven - Oost, bakstenen muur met grote basalten hoekstenen. Noordkant van Spilsluizen bij de Tongvaren, expositie op het zuiden.

    Amersfoortcoordinaten : 233.63-582.35

    Ceratodon purpureus Purpersteeltje
    Tortula muralis Muursterretje
    Bryum argenteum Zilvermos
       
    Physcia ceasia, r  
    Phaeophyscia orbicularis, a  
    Caloplaca citrina, r  
    Cladonia coniocraea r  
    Cladonia fimbriata  
    Verrucaria muralis  
    Lecidella scabra, r  
    Lecidella stigmatea, d  
    Scoliciosporum umbrinum, a  
    Lecanora albescens  
    Lecanora muralis Muurschotelmos
    Physcia tenella  

    Opname 2 Noorderhaven - Midden, Vetkruid met Tripmadam

    bakstenen muur met grote basalten hoekstenen. Noordkant van Spilsluizen bij de tongvaren, expositie op het zuiden. Muren grof afgewerkt. Lopende diep

    Amersfoortcoordinaten : 233.45-582.25

    Ceratodon purpureus Purpersteeltje (a)
    Tortula muralis Muursterretje (a)
    Bryum argenteum Zilvermos (a)
       
    Lecanora dispersa, a  
    Cladonia fimbriata, o  
    Physcia tenella, r  
    Psilolechia lucida, r  
    Candelariella aurella, a  
    Phaeophyscia orbicularis, d Rondschaduw mos
    Physcia caesia, o  
    Xanthoria parietina, r  
    Lecanora muralis, r  
    Phaeophyscia nigricans, r  

     

    Opname 3 Noorderhaven -Zuid. Steenbreekvaren-plaats

    Bakstenen muur met grote basalten hoekstenen. Zuidkant van Spilsluizen bij de steenvarenbolwerk, expositie op het noorden. Ebkades afwezig. Spilsluizen (?)

    Amersfoortcoordinaten : 233.375/6-582.25

    Met name de zuidkant van de Noorderhaven leek veel voedselrijkwater te ontvangen van de straat. Sommige delen zagen er zeer voedselrijk uit.

    steenbreekvaren, o; smalle stekelvaren, o; muurvaren, o; mannetjesvaren, r

     

    Ceratodon purpureus Purpersteeltje (a)
    Tortula muralis Muursterretje (a)
    Bryum argenteum Zilvermos (a)
    Brachythecium rutabulum Gewoon dikkopmos (r)

     

    Physcia caesia, a  
    Xanthoria parietina, o  
    Physcia tenella, o  
    Caloplaca flavovirescens, r  
    Lecidella stigmatea, o  
    Lecanora albescens, a  
    Lecanora muralis, o  
    Cladonia fimbriata, r  
    Lecidella scabra, a  
    Phaeopyscia orbicularis, a  
    Lecanora dispersa, r  

    steenbreekvaren, o

    muurvaren, o

    Opname 4 Museumbrug-Verbindingskanaal-Centraal Station Groningen

    De zuidmuur van het Verbindingskanaal tegenover het Groninger museum is de enige locatie waar de kade van basalten stenen gemaakt is. Deze vegetatie is anders. Mogelijk doordat basalt minder onderhoud nodig heeft of grotere voegen tussen de grotere stenen heeft. Hier is een zeer grote, dominante laag van dikkopmos aanwezig.

    Amersfoortcoordinaten : 233.75-581.15

    Ceratodon purpureus Purpersteeltje
    Tortula muralis Muursterretje
    Bryum argenteum Zilvermos
    Dottiaceae Tortella/Barhule ‘purpersteeltje’
    Brachythecium rutabulum Bleek dikkopmos

     

    Caloplaca saxicola, r  
    Lecanora albescens, a  
    Phaeophyscia orbicularis, o Rond schaduwmos/Stoepvingermos
    Lecania erysybe, a  
    Lecanora dispersa, r  
    Lecidella stigmatea, f  
    Physcia caesia, f  
    Candelariella citrienella  
    Asplenium ruta-muraria muurvaren
    Dryopteris felis-mas mannetjesvaren
    Asplenium scop tongvaren
    Cladonia fimbriata  

     

    Opname 5 Winschoterdiep

    Erg lage kade, slechts 60 cm bovende waterspiegel. Bevat enige vindplaats van eikvaren (3 stuks) in Groningen. Alleen de westkant is bekeken over een afstand van 20 m. Verder ook nog muurvaren.

    Amersfoortcoordianaat : 234.55-581.58

    Candelariella aurella, r  
    Physcia caesia, o  
    Phaeophyscia orbicularis, d  
    Scoliciosporum umbrinum, a  
    Cladonia fimbriataum, r  
    Cladonia macilenta, o  
    Lepraria incana, o  
    Lecidella stigmatea, a  
    Lecidella scabra, o  
    Xanthoria parietina, r  
    Lecanora dispersa, r  
    Lecanora albescens, o  

     

    Tabel 6 ‘Karakteristieke muurmossen in Nederland’

       
    Ceratodon purpureus Purpersteeltje
    Tortula muralis Muursterretje
    Bryum radiculosum Muurknikmos
    Bryum argenteum Zilvermos
    Amblystegium serpens Gewoon pluisdraadmos
    Barbula convoluta Gewoon smaragdsteeltje
    Brachythecium rutabulum Gewoon dikkopmos
    Bryum capillare Gedraaid knikmos
    Bryum caespiticium Zode knikmos
    Homalothecium sericeum Gewoon zijdemos
    Rhyngostegium murale Muursnavelmos
      Draadmos
      Gewoon knikmos

     

    Tabel 7 ‘Enkele veel voorkomende plantesoorten op muren met standplaatsfactor’

    Soorten Muurtypen
      V1 K1 V2 H2 K2 V3 H3 K3 H4 K4 h s
    Klein glaskruid Parietaria judaica           x x         x
    Rood zenkgras Festuca rubra x x                    
    Liggend vetmuur Sagina procumbens   x                    
    Gewone melkdistel Sonchus oleraceus   x                 x  
    Muurbloem Cheirantus cheiri x         x x       x x
    Gele helmbloem Cordydalis lutea x         x x       x x
    Plat beemdgras poa compressa x x                 x x
    Muurpeper Sedum acre x                      
    Wit vetkruid Sedum album x                   x x
    Muursla Mycelis muralis   x                 x  
                             
    Schubvaren Ceterach officinarum     x x               x
    Steenbreekvaren Asplenium trichomanes     x x x             x
    Muurvaren Saplenium ruta-muraria     x x x             x
    Muurleeuwebek Linaria cymbalaria x   x x x x x x       x
    Eikvaren (Polypodium sp.)         x              
    Zwartsteel Asplenium adiantum-nigrum         x             x
    Wijfjesvaren Athyrium filix-femina         x              
    Smalle stekelvaren Dryopteris carthusiana         x              
    Brede stekelvaren Dryopteris dilatata         x              
    Mannetjesvaren Dryopteris filix-mas         x              
    Tongvaren Phyllitis scolopendium         x              
    Moerasvaren Thelypteris palustris         x              
                             
    Tandzaad Bidens spec                 x x    
    Ijle zegge Carex remota                 x x    
    Blaartrekkende boterbloem Ranuculus sceleratus                 x x    
    Kluwenzuring Rumex conglomeratus                 x x    
    Waterzuring Rumex hydrolapathum                 x x    
                             
    Gewone esdoorn Acer pseudoplatanus         x x x x        
    Zwarte els Alnus glutinosa                 x x    
    Iep Ulmus         x x x x        
    Taxus Taxus baccata     x x x x x x        
    Vijg Ficus carica         x              
                             
    Klimop Hedera helix         x x x x        
                             
    V = Vrijstaande muur, K = Kademuur, H = Muur van huis
    1 = bovenste gedeelte, 2 = midden gedeelte, 3 = onderste gedeelte, grenzend aan begane grond, 4 = onderste gedeelte, grenzend aan open water, h = humus, s = specifiek
    V = Vrijstaande muur, K = Kademuur, H = Muur van huis
    1 = bovenste gedeelte, 2 = midden gedeelte, 3 = onderste gedeelte, grenzend aan begane grond, 4 = onderste gedeelte, grenzend aan open water, h = humus, s = specifiek

    Uit : Natuur in stedelijke omgeving



    Fossil and Modern Algae

    Previous

    Random

    Next

    List

    Fossil and Modern Algae - Ring E-mail Previous site Random site Next site List of sites Join the ring Fossil
and Modern Algae - Ring

     




    Menu:


    Take me back to the top.